
Sommige chefs koken niet tegen het product in, maar luisteren ernaar.
Bij Wouter Keersmaekers voel je dat bijna onmiddellijk.
De Schone van Boskoop draagt de verfijning van een gastronomisch restaurant, maar onder die elegantie blijft iets opvallend eerlijks aanwezig: respect voor oorsprong, seizoen en smaakstructuur. Geen keuken die zich verliest in demonstratie, maar een keuken die opbouwt vanuit productkennis en rust.
Wat zijn gerechten bijzonder maakt, is de manier waarop hij vergeten groenten, oude variëteiten en klassieke bereidingen opnieuw betekenis geeft zonder nostalgisch te worden. Pastinaak, schorseneer, koolrassen, oude appelvariëteiten of minder evidente terroirproducten verschijnen bij hem niet als curiositeit, maar als volwaardige gastronomische ingrediënten. Niet geforceerd modern. Niet folkloristisch. Wel intelligent geïntegreerd.
Misschien is dat ook waarom zijn benoeming tot
1e Ere-Ambassadeur Vlaams Culinair Erfgoed
zo logisch aanvoelt.
Zijn keuken bewaart immers meer dan recepten alleen. Ze bewaart smaakgeheugen. Productkennis. Seizoensbesef. En vooral een vorm van culinaire identiteit die vandaag zeldzaam wordt: verfijning zonder verlies van herkenbaarheid.
Wat bovendien treft, is de rust in zijn borden. Sauzen die ondersteunen in plaats van overheersen. Texturen die ruimte krijgen. Groenten die niet als decor dienen, maar werkelijk mee het verhaal dragen.
De naam “De Schone van Boskoop” verwijst naar de appel, maar tegelijk ook naar iets typisch Vlaams: schoonheid zonder overdaad.
Dat voel je in de volledige keuken terug.
Een chef die niet alleen kookt, maar bewaart.
En precies daardoor tegelijk ook vernieuwt.




