
De Canadese kreeft—ook “Atlantische” of “Amerikaanse” kreeft genoemd—is de grote, scharige ster van de noordwestelijke Atlantische Oceaan. Je vindt hem langs de oostkust van Noord-Amerika: van Labrador tot Cape Hatteras (North Carolina). Hij voelt zich thuis op de zeebodem: tussen rotsen, richels en holen waar hij zich kan verschuilen, van kustwateren tot grote dieptes.
Wat is het eigenlijk?
In de handel bedoelen we met “Canadese kreeft” vrijwel altijd één soort: Homarus americanus. Het verschil zit dus niet in “soorten”, maar in maat, seizoen en schaalconditie (hard-shell vs soft-shell). Hard-shell (vaak populair in het koude seizoen) geeft vaak dat “gevulde”, stevige gevoel; soft-shell (na de rui) is makkelijker te kraken maar kan sneller uitdrogen bij te lange garing.
Voedingswaarde
Kreeft is culinair luxe, maar nutritioneel verrassend “clean”: van nature koolhydraatvrij (GI/GL praktisch nul) en rijk aan eiwit.
Per 100g gekookt/gestoomd kreeftenvlees: ± 76-89 kcal, ± 17-19g eiwit, ±0.9-1.7g vet, 0g koolhydraten, vezels.
ZUCSU-koolhydraatbewust: ideaal voor koolhydraatarm eten, zeker als u het combineert met groenten (venkel, prei, asperge, sla, koolrabi) en een saus op basis van boter, olijfolie of een lichte mayo met citrus.
Waar vind je de beste? Slim kiezen = 80% van de kwaliteit.
Levende kreeft (beste “feest-ervaring”):
- Kies een dier dat levendig reageert (antennes/poten, staartreflex) en fris ruikt (zeelucht, geen scherpe “ammoniak”).
- Vraag herkomst (Canada/VS en liefst regio) en hoe lang hij al in het bassin zit.
Voorgekookt of ingevroren (praktischer):
- Perfect oké voor salades, bisque, ravioli of snelle gerechten—maar check: duidelijke datum, koude keten, en liefst “whole pieces” i.p.v. vaag “kreeftmix”.
Duurzaamheid (eerlijk en zonder slogans):
- Koop bij een leverancier die transparant communiceert over herkomst én maatregelen in de keten.
Culinaire toepassingen:
Canadese kreeft heeft een lichtzoete, maritieme smaak en een textuur die snel “rubber” wordt als je te hard doorduwt. Het geheim is dus niet ingewikkeld: kort, precies en met rust.
- Kreeft is dus eigenlijk heel simpel: hij vraagt geen magie, alleen timing. En als hij taai is? Dan was het niet de kreeft die koppig was. Half gegrild met knoflookboter: snij doormidden, bescherm het vlees met boter (tegen uitdroging), werk af met citroen en bieslook.
- Lauwwarme kreeftensalade: venkel + komkommer + kruiden + citroenolie; kreeft op het einde erdoor zodat hij niet “breekt”.
- Bisque/ kreeftenfumet: de schalen zijn uw smaakbankrekening.
👨🍳 Tips van de chef (klein, maar het verschil tussen ‘oké’ en ‘wow’)
- Gaar = net op het punt: zodra het vlees ondoorzichtig is en veerkrachtig aanvoelt, stoppen.
- Scharen en staart apart denken: schaarvlees tolereert doorgaans iets meer; staartvlees is het snelst “over”.
- Citrus pas op het einde: zuur kan bij lang contact eiwit “aanspannen” → voeg citroen/zeste last minute toe.
- Schalen roosteren → fumet: licht kleuren in de oven/pan, dan trekken met aromaten (ui/prei/selder), tomatenpuree en een scheut cognac of witte wijn. Zeef, reduceer, en u hebt een sausbasis die elke feesttafel optilt.
- Tomalley: culinair “diep”, maar wegens officiële waarschuwingen is “no-waste” hier net: niet gebruiken (en kookvocht niet als fond inzetten wanneer tomalley/organen meegekookt zijn)
Misleidende Claims (waar u als koper niet in hoeft te trappen)
- “Altijd duurzaam.” Te absoluut. Stock- en impactkwesties verschillen per gebied en maatregelen evolueren; bovendien speelt het rwalvissen-risico mee in beoordelingen.
- “Hoe groter, hoe beter.” Groot is vaak vooral duurder. Voor veel bereidingen is “market size” ideaal: veel vlees, minder risico op taaiheid, betere portiecontrole.
- “Canadese kreeft = identiek aan Europese zeekreeft.” Beide zijn top, maar het zijn verschillende soorten met andere smaaknuances en ketens. “Beter” is context: bereiding, versheid en uw gewenste textuur.






